Hoe kiest u het juiste dampscherm voor een plat dak?

dampscherm plat dak

 

Naast het juiste isolatiemateriaal en de correcte waterdichting speelt de keuze van het dampscherm een belangrijke rol in de opbouw van platte daken. Alle onderdelen moeten immers verenigbaar zijn én aangepast aan alle omstandigheden en wettelijke vereisten. U gaat dan ook maar beter niet over een nacht ijs wanneer u een dampscherm uitkiest. In dit artikel zoomen we  in op het keuzeproces.

De functie van een dampscherm op een plat dak

In de eerste plaats dient een dampscherm – dat u altijd aan de warme kant van het platte dak aanbrengt – om condensatie in het daksysteem te vermijden. Die condensatie kan het gevolg zijn van convectie van vochtige binnenlucht en/of diffusie van waterdamp of bouwvocht. Daarnaast biedt een dampscherm bij luchtopen dakvloeren een betere weerstand tegen windbelasting. Tot slot kan deze dampremmende laag als tijdelijke afdichting dienen gedurende de bouwwerken. Uiteraard moet u het dampscherm dan eerst grondig controleren op beschadigingen (en indien nodig herstellen) voor u de isolatielaag kunt plaatsen.

Het juiste dampscherm: afhankelijk van verschillende factoren

U heeft de keuze uit vier klassen van dampschermen, waarvoor SOPREMA steeds meerdere gepaste producten voorziet:

  1. E1-dampschermen: een PE-folie van 0,2 millimeter dik met overlappingen van minimaal 100 millimeter. In de praktijk worden deze dampschermen zelden gebruikt omwille van hun geringe dampremmende vermogen.

E2-dampschermen: folies van PE met een dikte van meer dan 0,2 millimeter, aluminiumlaminaten, bitumenglasvlies V 50/16 en bitumenpolyestervlies P 150/16. Voegen in overlapping moeten steeds onderling en tegen andere bouwdelen gekleefd of gelast worden.

  1. E3-dampschermen: gewapend bitumen V3, V4, P3 en P4 zoals SOPRAGLASS PB V3 en polymeerbitumen APP of SBS met een minimale dikte van 3 millimeter of een minimale equivalente dampdiffusiedikte van 25 millimeter.
  2. E4-dampschermen: gewapende bitumineuze dampschermen met metaalfolies en meerlaagse dampschermen van polymeerbitumen met een dikte van meer dan 8 millimeter.

De keuze van het dampscherm hangt af van verschillende factoren, waarvan het buiten- en binnenklimaat en de andere materialen van het daksysteem het meest bepalend zijn. Verder moet u rekening houden met eventueel bouwvocht, de invloed van de zon op het dak en de absorptiefactor van de waterdichting.

Vier binnenklimaatklassen

Allereerst is het belangrijk om de binnenklimaatklasse van het project te bepalen. Die is afhankelijk van de dampdruk binnenin het gebouw. En die druk wordt dan weer beïnvloed door de vochtproductie binnenin. In België onderscheiden we vier klassen:

  1. Binnenklimaatklasse 1: gebouwen met weinig tot geen vochtproductie. Onder andere toonzalen en opslagplaatsen voor droge goederen vallen onder deze categorie.
  2. Binnenklimaatklasse 2: gebouwen met een beperkte vochtproductie en een goede ventilatie zoals bijvoorbeeld grote woningen, scholen en winkels.
  3. Binnenklimaatklasse 3: gebouwen met een aanzienlijke vochtproductie en matige ventilatie. Kleinere woningen, appartementen, ziekenhuizen en restaurants behoren doorgaans tot deze klasse.
  4. Binnenklimaatklasse 4: gebouwen met een hoge vochtproductie zoals zwembaden, brouwerijen of wasserijen. In deze klasse mag u het dampscherm nooit mechanisch bevestigen en dus doorboren.

De meeste gebouwen vallen onder klasse 2 of 3. Klasse 4 komt maar zelden voor.

Belangrijke kanttekening: deze categorieën komen niet overeen met die van de dampschermen. Beide staan dus los van elkaar.

De soort afdichting en de manier van plaatsing

Het type waterdichting speelt uiteraard ook een belangrijke rol in de keuze voor een dampscherm. Bij bitumineuze membranen is een bitumineus dampscherm doorgaans vanzelfsprekend. Beide lagen kunnen dan makkelijk met mekaar worden vebonden om de isolatie in een luchtdichte envelop te plaatsen. Kunststof membranen worden vaak gecombineerd met een dampscherm bestaande uit PE-folie waarvan de overlappen met tape worden gesloten. Kunststoffen en bitumen mogen gecombineerd worden op voorwaarde dat ze verenigbaar zijn.

Ook de plaatsing van de afdichting speelt een rol in de keuze van het dampscherm. Zo is het verboden om de dakafdichting mechanisch te bevestigen bij gebouwen met binnenklimaatklasse 4.

Het materiaal van de draagconstructie

Ten slotte moet u rekening houden met de draagconstructie waarop u het dampscherm plaatst. Beton, hout, stalen plooiplaten of zelfdragende sandwichplaten vragen immers om een ander type dampscherm.

Het WTC publiceerde een overzichtelijke tabel die alle factoren in beschouwing neemt. Zo kunt u eenvoudig afleiden welk type dampscherm u nodig heeft.

Een extra aandachtspunt

Welk dampscherm u ook kiest, het is vooral cruciaal om de laag correct te plaatsen, zodat het isolatiemateriaal volledig luchtdicht ingesloten ligt tussen het dampscherm en de afdichting. Vooral bij dakopstanden, dakranden en dakdetails vormt het soms een uitdaging om onderbrekingen te voorkomen. Daarom is het nodig om bij details het dampscherm voldoende hoog boven de isolatie op te trekken zodat de afdichting erop kan worden aangesloten. Besteed hier zeker de nodige aandacht aan.

Heeft u nog vragen over dampschermen of andere onderdelen van het platte dak? Aarzel dan niet om onze productspecialisten te contacteren. Zij staan u steeds vrijblijvend te woord.