Dit moet u weten over isoleren volgens de EPB-richtlijnen

 

De Europese richtlijn energieprestatie van gebouwen, of kortweg EPBD, is een bouwrichtlijn die op 16 december 2002 in het leven werd geroepen door het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie. Volgens de EPDB moet elk gebouw binnen de Europese Unie voldoen aan strenge energievoorwaarden. Concreet moet iedere nieuwbouw bijna-energieneutraal zijn (BEN) tegen 2021.

Wat houdt de EPBD-wetgeving juist in?

De EPDB-richtlijn wil de bouwsector stimuleren om rekening te houden met verschillende aspecten zoals klimatologische en plaatselijke omstandigheden. Dat brengt een aantal bouwverplichtingen met zich mee. Volgende eisen zijn onder andere van toepassing:

  • De energiecertificering van gebouwen is voortaan verplicht. 
  • Er gelden minimumeisen voor nieuwbouw, vooral op het vlak van isolatie

Wanneer u een nieuwbouw isoleert, bent u verplicht om dit volgens de BEN-principes te doen. Dit wordt vanaf 2021 de standaard voor nieuwbouwwoningen in heel Europa. 

Er wordt steeds een onderscheid gemaakt tussen de functies van gebouwen om de isolatievoorwaarden te bepalen. 

Nieuwe BEN-woningen

BEN-woningen moeten een E-peil lager dan of gelijk aan E30 hebben. Deze richtlijn geldt voor nieuwbouwwoningen of verbouwde woningen met een vergunningsaanvraag vanaf 2014.

De constructiedelen van een BEN-woning moeten voldoen aan enkele eisen op vlak van thermische isolatie. Meer concreet moeten zij voldoen aan volgende Umax-eisen:

  • daken en plafonds: 0,24 W/m²K
  • buitenmuren: 0,24 W/m²K
  • vloeren: 0,24 W/m²K
  • vensters (raamprofiel en beglazing): 1,50 W/m²K
  • beglazing: 1,10 W/m²K
  • deuren en poorten: 2,00 W/m²K

Nieuwe BEN-kantoren of schoolgebouwen

Bij nieuwe kantoren of schoolgebouwen (lees: gebouwen met een vergunningsaanvraag vanaf 2014 en tot 1 januari 2017) moet het E-peil lager zijn dan of gelijk zijn aan E40

De constructiedelen van een BEN-kantoor of -schoolgebouw moeten op vlak van thermische isolatie voldoen aan dezelfde eisen als een BEN-woning. 

Nieuwe niet-residentiële BEN-gebouwen

Tot deze categorie behoren onder andere ziekenhuizen, horecagebouwen, scholen of kantoren met een vergunningsaanvraag vanaf 1 januari 2017. Het E-peil van deze gebouwen hangt af van hun samenstelling. Tabellen per aanvraagjaar vindt u op de website van de Vlaamse overheid. Voor landbouwgebouwen en sommige beschermde gebouwen gelden andere eisen. 

Op welke isolatievoorschriften hamert de wetgeving nog?

Naast de EPB-eisen legt de overheid de nadruk op een correcte en dus luchtdichte plaatsing van de thermische isolatie. Ter hoogte van bouwknopen moet er bijvoorbeeld voldoende aandacht worden besteed aan een goede afdichting. Het gebruik van de nodige tapes, kitten en toebehoren is daarbij onontbeerlijk. Daarnaast moet het aangebrachte isolatiemateriaal vochtongevoelig zijn. Nat isolatiemateriaal verliest immers zijn isolatiewaarde. 

Heeft u nog vragen over deze EPBD-isolatienormen? Aarzel dan niet om ons te contacteren. Onze isolatiespecialisten staan u graag vrijblijvend te woord.

Gebouwen die BEN of bijna-energieneutraal zijn, verbruiken uitzonderlijk weinig energie om te verwarmen, ventileren, verkoelen en te voorzien in sanitair warm water – en deze weinige energie halen ze dan nog eens uit (lokale) groene energiebronnen. Vanaf 2021 moet alle nieuwbouwprojecten bijna-energieneutraal zijn, wat concreet betekent dat ze een E-peil van E30 of lager moeten hebben (voor BEN-scholen en -kantoren geldt een E-peil van lager dan of gelijk aan E40 als de norm). Aangezien maar liefst 30% van de warmte ontsnapt via het dak, is een uitstekende dakisolatie onontbeerlijk in BEN-woningen. Maar ook ramen, deuren en buitenmuren moeten goed geïsoleerd zijn, want het complete plaatje telt.

In 2020 moeten alle daken van woningen die voor 2006 aangesloten zijn op het elektriciteitsnet toekomstgericht geïsoleerd zijn. Vanaf 2021 komt daar nog bij dat elke woning minstens dubbel glas moet hebben. Voor dakisolatie geldt een R-waarde (warmteweerstand) van 0,75 m²K/W (vierkante meter kelvin per watt) als minimumnorm. De woning kan ook aan de dakisolatienorm voldoen als de energiescore ervan lager ligt dan de grenswaarde vastgesteld door de Vlaamse Regering, namelijk 600 kWh/m² voor een open bebouwing, 550 kWh/m² voor een halfopen bebouwing, 450 kWh/m² voor een gesloten bebouwing en 400 kWh/m² voor een appartement. Die energiescore wordt vastgesteld in een EPC of energieprestatiecertificaat.

De ‘S’ in ’S-peil’ staat voor ‘schil’, want het S-peil drukt per wooneenheid (dus voor een appartement en niet een appartementsgebouw) de energie-efficiëntie van de volledige bouwschil uit – zowel op het vlak van warmtewering op hete zomerdagen als bestandheid tegen de vrieskou op winterdagen. Het S-peil is een handig overzichtsgetal omdat het de energiewinsten en de energieverliezen samenvat in één cijfer. Hoe lager dit cijfer, hoe beter, want dat betekent dat er weinig energie nodig is om de temperatuur in de wooneenheid op peil te houden. Het is een EPB-verslaggever die het S-peil van een wooneenheid berekent, en hij gebruikt daarvoor speciale EPB-software.

De R-waarde, thermische weerstand of warmteweerstand van een isolatielaag verduidelijkt hoe goed het isolatiemateriaal bestand is tegen de warmte. Hoe hoger de waarde, hoe beter het ertegen kan. Om de R-waarde te weten te komen, is het zaak de dikte van het materiaal te delen door de zogenaamde lambda-waarde. Dat laatste cijfer geeft weer hoe goed het isolatiemateriaal de warmte geleidt. In tegenstelling tot de R-waarde geldt voor de lambda-waarde dan ook: hoe lager, hoe beter. Een slechte lamdba-waarde valt wel te compenseren door een dikker isolatiemateriaal te gebruiken. Op de technische fiches staan in elk geval alle waarden, zodat u weet welke materiaaldikte u nodig heeft om aan de normen te voldoen.